Een druif planten


Zet de druif zo zonnig mogelijk (op het zuiden of voor een zuidmuur). Hij moet lekker kunnen klimmen, dus zonder goede steun waarlangs hij geleid kan worden, lukt het niet. Druiven groeien graag op kalkhoudende zand, zavel en kleigrond. De grondwaterstand mag niet hoog zijn (het is een dieptewortelaar), er moet veel humus in de grond zitten (werk er compost door), de grond moet voor het planten diep losgewoeld zijn et geef desnoods extra kalk. Plant liefst in het najaar (november). Snoei na het planten terug op 15cm, maar houd altijd goede knoppen aan.

Bemesting: geef liefst langzaam vrijkomende en gemakkelijk opneembare voedingsstoffen. Het is lastig om daarover precieze mededelingen te doen, maar geef in ieder geval regelmatig gedroogde koemest met bijv. bloedmeel.

Snoeien: na het eerste jaar snoeien we de scheut op 75cm terug. Van de dan groeiende scheuten houden we de drie bovenste aan: één groeit omhoog (de verlengenis), de twee andere worden horizontaal aangebonden (de 'leggers'). Als deze takken 1,5 cm lang zijn worden ze getopt. Er ontstaan dan vanzelf weer meer nieuwe scheuten. Haal scheuten die in de baldoksels ontstaan, weg. Laat aan elk van de scheuten één tros uitgroeien. Normaal bestaat de snoei uit het 50 cm terugnemen van de scheuten. Snoei altijd op (boven) een ronde knop, dat is een bloemknop. Spitse knoppen zijn bladknoppen. Snoei zwakke scheuten op 1 à 2 knoppen, doe kunnen het jaar erop weer volop uitgroeien.




Bekijk ook andere Adviesplaats sites:
Random tip:

Copyright © Ventura Connect Group BV 2017

Algemene voorwaarden - Disclaimer

Adviesplaats.nl
Het antwoord op al uw vragen
Tuinieren